Overlevenden
- Jean-Marc Turine & Bruno Tackels
- 3 februari 2026
- Brontaal: Frans
Slachtoffers van seksueel misbruik gepleegd door jezuïeten. Deze formulering vat samen wat mannen ons hebben aangedaan, leden van de Sociëteit van Jezus, binnen de muren zelf van het Sint-Michielscollege in Brussel, mannen die daar jarenlang ongestraft hun gang konden gaan.
Nee, we moeten zeggen: decennialang. Decennialang hebben de paters Henry Collard, Léopold Derbay, Jules Francken, Alfred Marie Laurent en Albert Stevens geen misbruik gepleegd, maar misdaden. De verkrachting van een kind is geen misbruik, het is veel meer: het is een moord, een bewuste en opzettelijke moord, die de slachtoffers hun hele chaotische en zelfdestructieve leven lang blijven voltrekken. Zodra er ook maar het minste geweld tegen een kind is geweest, hoe gering ook, maar bruut, vind je een volwassene die zichzelf probeert te vernietigen. Het slachtoffer maakt gewetensvol het werk van zijn beul af.
Daarom noemen wij onszelf niet langer slachtoffers, maar overlevenden. Geredden. Wij die spreken, hebben het onnoembare overleefd, de geprogrammeerde vernietiging van ons hele wezen, ons lichaam en onze ziel, de diefstal van onze geest en ons leven. Het is het woord, het is de kracht van woorden, de macht van namen, die ons in leven heeft gehouden, overlevenden van een schipbreuk, en die ons heeft geholpen om niet kopje-onder te gaan.
Maar het woord doet nog meer. Het woord redt levens. Door publiek te getuigen, weten wij dat andere stemmen, tot dan toe verboden door hun auteur die gevangen zat in zijn stilzwijgen, zich zullen bevrijden. Want het woord draagt erkenning in zich. Nog vóór het eerste woord herkennen we elkaar, delen we wat alle woorden te boven gaat, en wat ons, soms woedend, ertoe aanzet woorden te geven, de naam van onze beulen uit te spreken, omdat wij hen hebben overleefd.
Als, zoals de dichter Paul Celan schrijft, niemand voor de getuige getuigt, dan is dat ongetwijfeld omdat wij deze over-levenden zijn, geredden van een storm die zich niet laat beschrijven, levend dus boven op de levenden, nooit helemaal in balans. Toch, als wij getuigen, doen wij dat natuurlijk ook, en misschien vooral, voor hen die dat niet kunnen, hetzij omdat zij gestorven zijn, hetzij omdat zij ver weg zijn van de plaatsen waar beslissingen worden genomen. Voor hen, door hen heen, spreken wij.
Laten we ons dan voorstellen, Henry Collard, Jules Francken, Léopold Derbay, Alfred Marie Laurent, Albert Stevens, laten we ons voorstellen dat wij eerder hadden gesproken, veel eerder, en dat ons woord jullie in de gevangenis had doen belanden of op een plaats waar jullie kwaad geen werking meer had gehad. Ja, laten we dat voorstellen en nog verder gaan: laten we ons voorstellen dat wij op een bepaald moment de wens hadden geuit om jullie te ontmoeten, jullie Henry Collard, Albert Stevens en de anderen, zoals dat kan in een proces van herstelrecht. Wij zouden jullie essentiële vragen hebben gesteld: Waarom ik? Wat was jullie genot in het vernietigen van ons? Is het denkbaar dat deze vernietiging jullie bewustzijn niet heeft geraakt? Nu jullie niet meer kunnen handelen, erkennen jullie de perversiteit van jullie daden? Beschouwen jullie jezelf als ziek? Hebben jullie zorg nodig? Op deze fictieve vragen zullen wij nooit een antwoord krijgen, maar zouden antwoorden de absolute wanhoop van onze levens hebben kunnen verzachten?
In september 2024 hebben sommige overlevenden paus Franciscus ontmoet in Brussel; in november 2025 hebben dezelfde mensen zijn opvolger, Leo XIV, ontmoet in Rome. Franciscus vond dat een financiële vergoeding van 50.000 euro onvoldoende was. Leo XIV zei, nadat hij had gehoord dat de kosten van medische behandelingen in ruime zin geheel of gedeeltelijk door de ziekenfondsen werden gedragen, duidelijk dat de Kerk van België een schuld had tegenover de ziekenfondsen, omdat zij door de staat worden gesteund, een schuld die zij moest vereffenen.
Twee krachtige woorden die tot op vandaag zonder gevolg zijn gebleven, woorden als wind, woorden leeg gemaakt omdat ze onhoorbaar zijn voor de beheerders van deze kerk, vastgelopen in haar tegenstrijdigheden en haar schanddaden, ondanks haar verontschuldigingen die tot vervelens toe worden herhaald. Maar wij geloven in de kracht van het woord, dat stiltes en taboes doorbreekt om een daad te worden.
Jean Marc Turine en Bruno Tackels